Re:Wel/niet enten + vaccinatieboekje
Geplaatst: do 01 dec 2005, 23:27
Ik weet niet of dit al ergens in het Nederlands staat ??
Vaccineren wij te veel?
Samenvatting van het artikel van Catherine O’Driscoll Vertaald door Jaap van der Wijk Catherine O'Driscoll is oprichter van het Canine Health Concern en auteur van het boek ‘What Vets Don't Tell You About Vaccines'. In 1991 stierf mijn vier jaar oude Golden Retriever Oliver plotseling. Zoals elke rouwende hondenbezitter vroeg ik mij af hoe dat mogelijk was. Twee jaar later stierf Oliver's zuster Prudence aan leukemie, en wederom vroeg ik mezelf af hoe dat kon. Mijn andere honden waren ook ziek: Chappie had een schildklieraandoening, Sophie liep mank van de artritis, Samson had een autoimmuunziekte (hij overleed toen hij vijf was) en Guinnevere had last van allergieën. Ik voelde mezelf zo ongeveer de slechtste hondenbezitter ter wereld en probeerde erachter te komen wat ik verkeerd deed. Ik ontdekte dat alle bovenstaande verschijnselen kunnen worden veroorzaakt door te veel vaccineren en verkeerde voeding. Mijn onderzoek leidde tot de publicatie van een boek met de titel ‘What Vets Don't Tell You About Vaccines' (‘Wat dierenartsen u niet over vaccins vertellen’), en dit leidde op zijn beurt tot een TV-documentaire die een enorme opschudding veroorzaakte in de veterinaire wereld. Op het moment waarop ik dit schrijf staat de Britse regering op het punt om een besluit aan te kondigen naar aanleiding van het onderzoek van een werkgroep ten aanzien van de vaccinatie van honden en katten. Ik hoop dat de veterinaire farmaceutische industrie haar invloed op de regering niet te zwaar zal laten gelden. Ik ben vooral bang dat de `onafhankelijke’ adviseurs van de regering die deel uitmaakten van de werkgroep in feite betaalde consulenten zijn van de grootste Britse producent van vaccins. Want het is gewoon waar: wij vaccineren te veel. De American Association of Feline Practitioners, de Academy of Veterinary Internal Medicine, de American Animal Hospital Association, de American Veterinary Medical Association, Council on Biologic and Therapeutic Agents, en tweeëntwintig veterinaire opleidingsinstituten in Noord Amerika hebben hun adviesprotocollen voor het vaccineren van katten en honden gewijzigd. In juli 2000, tijdens zijn 137e jaarlijkse conventie, presenteerde AVMA Council on Biologic and Therapeutic Agents (COBTA) zijn gezamenlijke standpunten, waarin met name aandacht werd besteed aan de volgende onderwerpen: · Wanneer een jaarlijkse boostervaccinatie met een gemodificeerd levend virusvaccin (bijvoorbeeld hondenziekte, parvo of kattenziekte) wordt verstrekt aan een al eerder gevaccineerd volwassen dier, leidt dit niet tot aanvullende bescherming. Gemodificeerde levende virusvaccins zijn afhankelijk van replicatie (voortplanting door celdeling) van het virus voor een reactie. Antistoffen van eerdere vaccins laten het nieuwe virus niet repliceren. Antistoffentiters worden niet aanzienlijk geboosted, populaties geheugencellen worden niet uitgebreid. Er wordt geen aanvullende bescherming gegeven. · De bijsluiters en verpakkingen van vaccins, alsmede de beweringen van de fabrikanten, moeten worden onderschreven door wetenschappelijke data. Er bestaan geen wetenschappelijke data die de adviezen ten aanzien van het jaarlijks verstrekken van gemodificeerde levende virusvaccins onderschrijven. · Vaccins zijn niet onschadelijk. Onnodige bijverschijnselen en tegengestelde effecten kunnen worden beperkt door onnodige vaccinaties te vermijden. · Gewone huisdieren hebben genoeg vergelijkbare reacties op blootstelling aan besmettelijke ziekten en op vaccins om een standaard vaccinatieprotocol te kunnen adviseren. · Dierenartsen hebben een standaardprocedure nodig voor het rapporteren van tegengestelde effecten van vaccinaties. Om nog eens extra de nadruk te leggen op wat er hier door een aantal zwaargewichten van de Amerikaanse veterinaire autoriteiten wordt gezegd: jaarlijkse vaccinatie is onnodig. Dat komt omdat vaccins de vorming van antistoffen tegen besmettelijke ziekten stimuleren, en deze antistoffen blijven jaren in het systeem, waarschijnlijk het hele leven. Alles wat jaarlijkse boosters doen is het inbrengen van virussen die worden uitgeschakeld door de bestaande antistoffen; er vindt geen aanvullende bescherming plaats. En bovendien: vaccins zijn niet onschadelijk. Nadat hij had vastgesteld dat mensen levenslang immuun zijn voor ziekten waartegen zij in hun kindertijd zijn gevaccineerd, paste professor Ronald D Schultz, hoofd van de afdeling pathobiologie van de Wisconsin University, dezelfde logica toe op honden. Hij vaccineerde ze tegen rabiës, parvo, kennelhoest en hondenziekte en stelde ze na drie, vijf en zeven jaar bloot aan ziekteveroorzakende organismen. De dieren bleven gezond, waardoor zijn vermoeden werd bevestigd. Hij zette zijn experiment voort door de hoeveelheden antistoffen in het bloed van de honden te meten, negen en vijftien jaar na vaccinatie. Hij concludeerde dat de hoeveelheden voldoende waren om ziekte te voorkomen. Fredric Scott, professor emeritus van het Cornell University College of Veterinary Medicine, bereikte vergelijkbare resultaten door vijftien gevaccineerde katten te vergelijken met zeventien niet-gevaccineerde katten. Hij concludeerde dat de immuniteit van de katten zeveneneenhalf jaar na de vaccinatie nog bestond. In 1998 publiceerde de American Association of Feline Practitioners richtlijnen gebaseerd op het werk van Scott, en adviseerde men elke drie jaar te vaccineren. "De AAFP is van mening dat katten die elke drie jaar worden gevaccineerd net zo goed tegen deze infecties beschermd zijn als zij waren wanneer zij elk jaar werden gevaccineerd," zei James Richards, directeur van het Feline Health Center van Cornell University College of Veterinary Medicine. "Ik ben één van de velen die vinden dat het bewijs echt fascinerend is." In alle bescheidenheid ben ik echter van mening dat het eens per drie jaar vaccineren van uw hond of kat waarschijnlijk nog steeds teveel van het "goede" is. Dezelfde logica gaat op voor jaarlijkse boosters: de in het lichaam circulerende antistoffen schakelen slechts het virus in het vaccin uit. De richtlijn van drie jaar is waarschijnlijk een politieke concessie van de wetenschappers, ter wille van dierenartsen die een hoop inkomsten moeten missen wanneer zij niet jaarlijks meer kunnen vaccineren. In Canada worden dierenartsen nu zelfs uitgenodigd om seminars bij te wonen die hen moeten helpen op andere gebieden aan inkomsten te komen, ter compensatie van de verminderde inkomsten uit het vaccineren, dus de tijden zijn echt aan het veranderen. Maar afgezien van het feit dat onnodig vaccineren geld over de balk smijten is: wat zijn de effecten daarvan op u en uw honden? Het Merck Manual maant tot voorzichtigheid. Dit handboek wordt uitgegeven door een gigantische producent van vaccins, genaamd Merck, en is de bijbel van de artsen. Onder immunisatie bij kinderen verklaart Merck dat patiënten met B en/of T cel immunodeficiëntie, of afkomstig uit families met B en/of T cel immunodeficiëntie, geen levende virusvaccins mogen ontvangen in verband met fatale risico’s (dood). Merck beschrijft verschijnselen van B en T cel immunodeficiëntie zoals ademhalingsallergiën, voedselallergiën, eczeem, huidaandoeningen, neurologische beschadigingen en hartaandoeningen. Is dit van toepassing op één van uw honden? Kinderen toevertrouwd aan de zorg van goede artsen en verpleegsters vragen hun ouders of één van de bovenomschreven aandoeningen in de familie aanwezig zijn, en zo ja, dan ziet men af van het toedienen van levende virusvaccins (wat wij onze honden geven). U kunt zich dus niet afsluiten voor het feit dat u uw hond (die ook B en T cellen heeft) kunt vermoorden wanneer uw hond of de lijn waaruit hij voortkomt aan één van bovengenoemde aandoeningen lijdt en u hem levende virusvaccins toedient of laat toedienen. Het is daarom logisch om het risico van vaccinatie zoveel mogelijk te vermijden en niet meer te vaccineren dan strikt noodzakelijk is. Vaccins zijn echter niet alleen dodelijk. Ik heb veel studies gevonden die vaccins in verband brengen met zeer uiteenlopende ziekten. Bindvliesontsteking: in 1983 werd onderzoek verricht door Frick en Brooks, waarbij twee groepen honden met aanleg voor huidontsteking. Eén groep honden werd blootgesteld aan een allergeen (stuifmeel) en toen gevaccineerd. Zij kregen geen huidontsteking. De tweede groep werd gevaccineerd alvorens aan het stuifmeel te worden blootgesteld. Deze groep kreeg wel huidontsteking, en ook bindvliesontsteking. Deze studie toont derhalve aan dat vaccins overgevoeligheid veroorzaken en tot een allergische aandoening leiden, waarvan bindvliesontsteking en huidontsteking symptomen zijn. Dit verklaart hoe het komt dat het onderzoek naar vaccins, uitgevoerd door Canine Health Concern's (CHC's), waarbij meer dan vierduizend honden waren betrokken, wel moest uitwijzen dat 56,9% van alle honden in het onderzoek met bindvliesontsteking deze aandoening voor het eerst kregen binnen drie maanden na een vaccinatie, en 61,2% van de honden met huidproblemen kregen voor het eerst symptomen daarvan binnen dit cruciale tijdsbestek. Wij gaan ervan uit dat wanneer het vaccin niet in verband kan worden gebracht met ziekten die na de vaccinatie optreden, dan moet slechts 25% van alle ziekten beginnen binnen elk kwartaal van het jaar. Nota bene: in het algemeen traden de meeste aandoeningen op binnen een week na de vaccinatie.
Vaccineren wij te veel?
Samenvatting van het artikel van Catherine O’Driscoll Vertaald door Jaap van der Wijk Catherine O'Driscoll is oprichter van het Canine Health Concern en auteur van het boek ‘What Vets Don't Tell You About Vaccines'. In 1991 stierf mijn vier jaar oude Golden Retriever Oliver plotseling. Zoals elke rouwende hondenbezitter vroeg ik mij af hoe dat mogelijk was. Twee jaar later stierf Oliver's zuster Prudence aan leukemie, en wederom vroeg ik mezelf af hoe dat kon. Mijn andere honden waren ook ziek: Chappie had een schildklieraandoening, Sophie liep mank van de artritis, Samson had een autoimmuunziekte (hij overleed toen hij vijf was) en Guinnevere had last van allergieën. Ik voelde mezelf zo ongeveer de slechtste hondenbezitter ter wereld en probeerde erachter te komen wat ik verkeerd deed. Ik ontdekte dat alle bovenstaande verschijnselen kunnen worden veroorzaakt door te veel vaccineren en verkeerde voeding. Mijn onderzoek leidde tot de publicatie van een boek met de titel ‘What Vets Don't Tell You About Vaccines' (‘Wat dierenartsen u niet over vaccins vertellen’), en dit leidde op zijn beurt tot een TV-documentaire die een enorme opschudding veroorzaakte in de veterinaire wereld. Op het moment waarop ik dit schrijf staat de Britse regering op het punt om een besluit aan te kondigen naar aanleiding van het onderzoek van een werkgroep ten aanzien van de vaccinatie van honden en katten. Ik hoop dat de veterinaire farmaceutische industrie haar invloed op de regering niet te zwaar zal laten gelden. Ik ben vooral bang dat de `onafhankelijke’ adviseurs van de regering die deel uitmaakten van de werkgroep in feite betaalde consulenten zijn van de grootste Britse producent van vaccins. Want het is gewoon waar: wij vaccineren te veel. De American Association of Feline Practitioners, de Academy of Veterinary Internal Medicine, de American Animal Hospital Association, de American Veterinary Medical Association, Council on Biologic and Therapeutic Agents, en tweeëntwintig veterinaire opleidingsinstituten in Noord Amerika hebben hun adviesprotocollen voor het vaccineren van katten en honden gewijzigd. In juli 2000, tijdens zijn 137e jaarlijkse conventie, presenteerde AVMA Council on Biologic and Therapeutic Agents (COBTA) zijn gezamenlijke standpunten, waarin met name aandacht werd besteed aan de volgende onderwerpen: · Wanneer een jaarlijkse boostervaccinatie met een gemodificeerd levend virusvaccin (bijvoorbeeld hondenziekte, parvo of kattenziekte) wordt verstrekt aan een al eerder gevaccineerd volwassen dier, leidt dit niet tot aanvullende bescherming. Gemodificeerde levende virusvaccins zijn afhankelijk van replicatie (voortplanting door celdeling) van het virus voor een reactie. Antistoffen van eerdere vaccins laten het nieuwe virus niet repliceren. Antistoffentiters worden niet aanzienlijk geboosted, populaties geheugencellen worden niet uitgebreid. Er wordt geen aanvullende bescherming gegeven. · De bijsluiters en verpakkingen van vaccins, alsmede de beweringen van de fabrikanten, moeten worden onderschreven door wetenschappelijke data. Er bestaan geen wetenschappelijke data die de adviezen ten aanzien van het jaarlijks verstrekken van gemodificeerde levende virusvaccins onderschrijven. · Vaccins zijn niet onschadelijk. Onnodige bijverschijnselen en tegengestelde effecten kunnen worden beperkt door onnodige vaccinaties te vermijden. · Gewone huisdieren hebben genoeg vergelijkbare reacties op blootstelling aan besmettelijke ziekten en op vaccins om een standaard vaccinatieprotocol te kunnen adviseren. · Dierenartsen hebben een standaardprocedure nodig voor het rapporteren van tegengestelde effecten van vaccinaties. Om nog eens extra de nadruk te leggen op wat er hier door een aantal zwaargewichten van de Amerikaanse veterinaire autoriteiten wordt gezegd: jaarlijkse vaccinatie is onnodig. Dat komt omdat vaccins de vorming van antistoffen tegen besmettelijke ziekten stimuleren, en deze antistoffen blijven jaren in het systeem, waarschijnlijk het hele leven. Alles wat jaarlijkse boosters doen is het inbrengen van virussen die worden uitgeschakeld door de bestaande antistoffen; er vindt geen aanvullende bescherming plaats. En bovendien: vaccins zijn niet onschadelijk. Nadat hij had vastgesteld dat mensen levenslang immuun zijn voor ziekten waartegen zij in hun kindertijd zijn gevaccineerd, paste professor Ronald D Schultz, hoofd van de afdeling pathobiologie van de Wisconsin University, dezelfde logica toe op honden. Hij vaccineerde ze tegen rabiës, parvo, kennelhoest en hondenziekte en stelde ze na drie, vijf en zeven jaar bloot aan ziekteveroorzakende organismen. De dieren bleven gezond, waardoor zijn vermoeden werd bevestigd. Hij zette zijn experiment voort door de hoeveelheden antistoffen in het bloed van de honden te meten, negen en vijftien jaar na vaccinatie. Hij concludeerde dat de hoeveelheden voldoende waren om ziekte te voorkomen. Fredric Scott, professor emeritus van het Cornell University College of Veterinary Medicine, bereikte vergelijkbare resultaten door vijftien gevaccineerde katten te vergelijken met zeventien niet-gevaccineerde katten. Hij concludeerde dat de immuniteit van de katten zeveneneenhalf jaar na de vaccinatie nog bestond. In 1998 publiceerde de American Association of Feline Practitioners richtlijnen gebaseerd op het werk van Scott, en adviseerde men elke drie jaar te vaccineren. "De AAFP is van mening dat katten die elke drie jaar worden gevaccineerd net zo goed tegen deze infecties beschermd zijn als zij waren wanneer zij elk jaar werden gevaccineerd," zei James Richards, directeur van het Feline Health Center van Cornell University College of Veterinary Medicine. "Ik ben één van de velen die vinden dat het bewijs echt fascinerend is." In alle bescheidenheid ben ik echter van mening dat het eens per drie jaar vaccineren van uw hond of kat waarschijnlijk nog steeds teveel van het "goede" is. Dezelfde logica gaat op voor jaarlijkse boosters: de in het lichaam circulerende antistoffen schakelen slechts het virus in het vaccin uit. De richtlijn van drie jaar is waarschijnlijk een politieke concessie van de wetenschappers, ter wille van dierenartsen die een hoop inkomsten moeten missen wanneer zij niet jaarlijks meer kunnen vaccineren. In Canada worden dierenartsen nu zelfs uitgenodigd om seminars bij te wonen die hen moeten helpen op andere gebieden aan inkomsten te komen, ter compensatie van de verminderde inkomsten uit het vaccineren, dus de tijden zijn echt aan het veranderen. Maar afgezien van het feit dat onnodig vaccineren geld over de balk smijten is: wat zijn de effecten daarvan op u en uw honden? Het Merck Manual maant tot voorzichtigheid. Dit handboek wordt uitgegeven door een gigantische producent van vaccins, genaamd Merck, en is de bijbel van de artsen. Onder immunisatie bij kinderen verklaart Merck dat patiënten met B en/of T cel immunodeficiëntie, of afkomstig uit families met B en/of T cel immunodeficiëntie, geen levende virusvaccins mogen ontvangen in verband met fatale risico’s (dood). Merck beschrijft verschijnselen van B en T cel immunodeficiëntie zoals ademhalingsallergiën, voedselallergiën, eczeem, huidaandoeningen, neurologische beschadigingen en hartaandoeningen. Is dit van toepassing op één van uw honden? Kinderen toevertrouwd aan de zorg van goede artsen en verpleegsters vragen hun ouders of één van de bovenomschreven aandoeningen in de familie aanwezig zijn, en zo ja, dan ziet men af van het toedienen van levende virusvaccins (wat wij onze honden geven). U kunt zich dus niet afsluiten voor het feit dat u uw hond (die ook B en T cellen heeft) kunt vermoorden wanneer uw hond of de lijn waaruit hij voortkomt aan één van bovengenoemde aandoeningen lijdt en u hem levende virusvaccins toedient of laat toedienen. Het is daarom logisch om het risico van vaccinatie zoveel mogelijk te vermijden en niet meer te vaccineren dan strikt noodzakelijk is. Vaccins zijn echter niet alleen dodelijk. Ik heb veel studies gevonden die vaccins in verband brengen met zeer uiteenlopende ziekten. Bindvliesontsteking: in 1983 werd onderzoek verricht door Frick en Brooks, waarbij twee groepen honden met aanleg voor huidontsteking. Eén groep honden werd blootgesteld aan een allergeen (stuifmeel) en toen gevaccineerd. Zij kregen geen huidontsteking. De tweede groep werd gevaccineerd alvorens aan het stuifmeel te worden blootgesteld. Deze groep kreeg wel huidontsteking, en ook bindvliesontsteking. Deze studie toont derhalve aan dat vaccins overgevoeligheid veroorzaken en tot een allergische aandoening leiden, waarvan bindvliesontsteking en huidontsteking symptomen zijn. Dit verklaart hoe het komt dat het onderzoek naar vaccins, uitgevoerd door Canine Health Concern's (CHC's), waarbij meer dan vierduizend honden waren betrokken, wel moest uitwijzen dat 56,9% van alle honden in het onderzoek met bindvliesontsteking deze aandoening voor het eerst kregen binnen drie maanden na een vaccinatie, en 61,2% van de honden met huidproblemen kregen voor het eerst symptomen daarvan binnen dit cruciale tijdsbestek. Wij gaan ervan uit dat wanneer het vaccin niet in verband kan worden gebracht met ziekten die na de vaccinatie optreden, dan moet slechts 25% van alle ziekten beginnen binnen elk kwartaal van het jaar. Nota bene: in het algemeen traden de meeste aandoeningen op binnen een week na de vaccinatie.